Nada
Kronieken
>>>
Printerversie
<<< Terug
naar index
Athor
Door 'Running Fox'
Mijn naam is Athor en
ik ben wat jullie mensen een dolfijn noemen. Nu is die naam
dolfijn naar mijn mening niet zo erg goed gekozen want het
dekt de lading niet. De vibraties van dat woord, sluiten
niet aan bij die van de naam die mijn volk aan ons ras heeft
gegeven. Wij noemen onszelf Altea en nu weet ik wel dat
er ook volkeren van die naam op de planeet Aarde en elders
leven en hebben geleefd, die het uiterlijk van humanoïden
hebben of hadden; wij zijn op dit moment de erfgenamen van
het Altea-ras op de wereld die jullie Aarde en wij Water
noemen.
Momenteel leef ik in een beschutte baai in een deel van
de wereld met een prettig klimaat. De zon schijnt bijna
altijd, wat prachtige kleurnuances oproept in de bovenste
lagen van de zee, vlak onder de grens waar het water ophoudt
en de lucht begint. Op deze prachtige plek trek ik mijn
baantjes, geflankeerd door een enorme variatie vissen, waarvan
de een nog fantastischer gekleurd is dan de ander. In alle
soorten en maten trekken zij voorbij en omdat ik ook moet
leven komt dat sommigen niet zo goed uit want die gebruik
ik dan voor mijn maaltijd. Merkwaardig genoeg is de mate
van kleuring niet evenredig aan de smakelijkheid van een
gegeven soort, maar ik weet ze er wel uit te pikken!
Verderop bevinden zich
koraalriffen en tegen een daarvan ligt het wrak van een
houten schip langzaam te vergaan. Het is de woonplaats voor
een groot aantal zeedieren. Zo nu en dan komen er een paar
van mijn neven, de haaien voorbij, die groot tumult veroorzaken
in de atol, maar die behalve dat zij zichzelf ook van hun
dagelijkse portie voedsel moeten voorzien, nauwelijks kwaad
aanrichten. Waarom zouden ze ook. Voedsel genoeg, zover
oog en radar reikt, dus waar zou je je druk over maken.
Iets verderop hebben de mensen een steiger gebouwd die een
eindje de zee insteekt en hier leggen de vissersvaartuigen
van het eiland aan, om hun dagelijkse vangst aan land te
brengen. De vissers zijn vriendelijke mensen en ook zij
zijn slechts uit op het verzamelen van voedsel, hoewel de
tonijnen die hier ook leven, daar weinig boodschap aan hebben,
want zij zijn het die door de vissers worden gevangen. Overdag,
wanneer de boten op zee zijn, komen de kinderen bij de steiger
spelen en soms, als ik daar zin in heb kom ik onder hen
doorzwemmen en duw met mijn snuit tegen hun voeten die ze
vanaf de steiger in het water laten bungelen. Met veel misbaar
vallen ze soms in het water en dan hebben we veel schik.
Mijn leven is niet altijd
zo goudviskleurig geweest als momenteel. Ik ben hier ver
vandaan geboren in een gebied waar het water veel kouder
is en waar de zon slechts zelden schijnt. Mijn eerste levensjaren
heb ik in de nabijheid van mijn moeder en vader en een aantal
andere familieleden doorgebracht en wij besteden onze tijd
met heen en weer zwemmen van de noordelijke naar de zuidelijke
zomer. Het was geloof ik niet zo erg de bedoeling dat ik
in de koude tijd ter wereld ben gekomen maar dat was nu
eenmaal zoals het gebeurde en in het begin had ik veel moeite
om de kudde bij te houden. Iedereen deed wel zijn best om
mij door middel van opduwen of door me tussen hen in te
klemmen vaart mee te geven, maar het was toch een allesbehalve
gemakkelijke tijd. Aan de andere kant; van ontbering wordt
je sterk en dat kwam mij later heel erg van pas.
Tegen de tijd dat ik
volwassen zou worden kreeg ik het oog op een jong wijfje
van een passerende kudde. Zij heette Emerald en die naam
hoorde helemaal bij haar. Wat was ze mooi. I was verliefd
tot over mijn sonar! Zodra ik al denk-pratend contact met
haar maakte wist ik dat zij mijn gezellin zou worden. Zij
wist dat ook, maar het kostte toch geruime tijd om haar
ervan te overtuigen dat ik de juiste voor haar was. Dat
kan ik me ook wel voorstellen want wanneer zij voor mij
zou kiezen, betekende het dat zij haar eigen kudde zou moeten
verlaten om zich bij die van ons aan te sluiten. Later zouden
wij een eigen kudde gaan vormen omdat dat nu eenmaal de
manier is waarom wij Altea met het leven omgaan. Zoals ik
zei was ik lichamelijk nogal sterk. Een prachtige demonstratie
daarvan overtuigde Emerald er tenslotte van dat ik de ware
voor haar was en zo geschiedde het dat zij en ik het ritueel
van de echtverbintenis met elkaar aangingen en in de tijdelijk
met elkaar optrekkende kuddes werd een groot feest gevierd,
want zij en ik waren niet de enigen die op die tijd en plaats
trouw aan elkander zwoeren.
Emerald raakte spoedig
zwanger en zolang dat het geval was, week ik niet van haar
zijde. Ik sloofde me uit om de lekkerste hapjes voor haar
te verschalken, maar dat viel niet mee, want haar hormoonhuishouding
was danig in de war en ze vond bijna niets meer lekker.
Dat weerhield ons niet om veel samen te zijn en we lieten
ons keer op keer ver van de groep afleiden om datgene te
doen waar we geen pottenkijkers bij nodig hadden. Dat hadden
we beter niet kunnen doen. Op een kwade dag bevonden wij
ons in een mooie baai, waar voor de ingang opeens een vissersboot
verscheen die het op ons voorzien had. Het lukte ons niet
om weg te komen, want op de een of andere manier was onze
sonar ontregeld en door de paniek wisten we niet meer welke
kant we uitmoesten.
Om een lang verhaal
kort te maken. Emerald werd vanuit de boot met een harpoen
beschoten en schreeuwend van pijn werd zij de boot in getrokken
en aan haar staart opgehangen in de mast. Wat het ergste
was, dat ik er helemaal niets aan kon doen. Schreeuwend
van pijn en angst hing ze daar maar en ik was machteloos.
Mijn aanvallen tegen de boot haalden niets uit en ik kon
alleen maar naar Emerald denk-praten dat zij moest volhouden,
dat zij niet de moed moest opgeven en dat het allemaal goed
zou komen. Ik had gemakkelijk praten, want ik hing daar
niet en ik kon tenslotte zien dat zich de levensgeesten
uit mijn lieve vrouw terugtrokken. Toen kreeg ik de grootste
schok te verwerken uit mijn hele leven. Door angst en frustratie
werden bij Emerald de barensweeën opgewekt en op het
moment dat zij stierf werd onze dochter geboren. Vanaf de
hoogte van de mast kletterde ze op het dek. Ik sprak vanuit
de verte mijn dochter moed in maar ook zij had natuurlijk
geen enkele kans en geleidelijk kwam ik tot het besef dat
het zinloos was en dat in één klap mijn hele
wereld was ingestort. Lange tijd bleef ik de boot volgen
maar het had geen zin. Emerald en onze dochter waren teruggegaan
naar Altea en ik was alleen.
Verdwaasd zwom ik maandenlang
rond en besefte dat wat ik had meegemaakt wellicht met karma
van doen had. Op de een of andere manier moest ik het zien
op te ruimen. Maar hoe? Uiteindelijk vond ik een beetje
rust in deze baai. Vaak moet ik terugdenken aan het vreselijke
voorval en het heeft lang geduurd voordat ik vrede vond
in mijzelf en mijn haat ten opzichte van de mensheid die
ons dit hadden aangedaan, af te kunnen vlakken en een begin
te maken met het vinden en zenden van vergiffenis aan deze
moordzuchtige soort in het algemeen en die van de moordenaars
van mijn vrouw en kind in het bijzonder.
Uiteindelijk heb ik
die vergiffenis gevonden. Het gebeurde door een mens! Een
vrouwelijk exemplaar was op het atol neergestreken. Zij
had zich verdiept in het leven van onze soort en wilde niets
liever dan met mij in contact komen. Zij had van de vissers
gehoord dat ik in deze baai woonde en nooit erg ver was
en altijd bereikbaar. In het begin had ik helemaal geen
zin in de toenaderingspogingen van deze vrouw, die zichzelf
Emy noemde. Een naam met een vibratie die erg dicht bij
die van Emerald kwam. Maar geleidelijk liet ik mijn schroom
wat varen en tot mijn stomme verbazing bleek zij ook te
kunnen denk-praten, iets wat ik nog nooit eerder bij een
van haar soortgenoten was tegengekomen.
Emy leerde mij heel
veel dingen over haar en mijn eigen soort. Geleidelijk wist
zij mijn vertrouwen te wekken en zij was het die met mij
over vergiffenis sprak en over eenheid en liefde. Emy leerde
mij dat het goed voor mij zou zijn om de mensen die mij
mijn vrouw en kind hadden afgenomen te kunnen vergeven,
want wanneer dat niet gebeurd zou zijn, was ik nooit in
deze vredige baai terechtgekomen en had ik nimmer Emy leren
kennen en was het niet mogelijk geweest om de kinderen van
het eiland met mijn snuit al schaterend in het zilte nat
te doen belanden!
Eerst had ik mijn aarzelingen
omtrent Emy's benadering. Ik werd mij ervan bewust dat ik
in vorige levens ongetwijfeld ook van die ellendige dingen
had gedaan die ertoe hadden geleid dat mijn Emerald en mijn
dochter het leven op zo'n afschuwelijke manier achter hadden
moeten laten. Ik had niet eens een begin gemaakt met het
afbetalen van mijn schulden! Maar dan zei Emy dat ik vooral
door moest gaan. Alle bewoners van het eiland zouden altijd
liefdevol jegens mij zijn en respect voor me hebben. Nochtans
zou het goed zijn wanneer ik in staat was om de knop om
te draaien en er bewust voor te kiezen om rigoureus een
eind aan deze gedachten te maken. Ik had mijn portie lijden
wel gehad en mijn verlichting zou er voor zorgen dat ik
dit niet langer nodig zou hebben. Wanneer ik die keuze zou
hebben gemaakt, zou het karmische wiel onmiddellijk stoppen,
zo verzekerde ze me.
Nu, op het eind van
mijn leven, ben ik dankbaar dat ik dit allemaal heb geleerd.
Kortgeleden heb mijn keuze gemaakt en de volgende dag zwom
er een prachtige oude Altea de baai in. Annika heet ze en
ze heeft ook een heel leven achter de rug met prachtige
en minder goede momenten. Samen praten we over het leven.
We spelen verstoppertje met de kinderen op de steiger en
we hebben afscheid genomen van Emy, die haar onderzoek had
beëindigd. Natuurlijk zal ik Emerald nooit vergeten,
maar ik heb kunnen vergeven en spoedig zal het ook voor
mij en voor Annika tijd zijn om terug te gaan naar de bron
en dan zal ik weer aan Emeralds zijde door het water scheren.
Hier in mijn paradijs levend, kijk ik uit naar die dag dat
ik met haar verenigd zal worden en wij ons samen door het
Alteaanse paradijs kunnen spoeden.