Nada
Kronieken
>>>
Printerversie
<<< Terug
naar index
Een-heid
Door 'Running Fox'
Het is prachtig weer.
Niet te warm, niet te koud en weinig wind. Ik zit op een
bankje in het park. Het is niet zomaar een bankje, maar
staat op mijn favoriete plek, onder een prachtige oude eik.
Een vlinder strijkt neer, vlak voor mijn voeten. Zijn fantastisch
gekleurde vleugels, zwart, bruin en oranje stralen me tegemoet.
Gedurende negen hartenkloppen blijft hij fladderend met
zijn vleugels voor mij zitten en vertelt mij vluchtig over
eenheid. Dan vertrekt hij weer. Wat is deze kleine vlinder
uitmuntend en wat heeft hij mij willen vertellen? In die
korte tijdspanne dat hij zich binnen mijn gezichtsveld bevond,
sprak hij boekdelen tot mij over de omgang van schepsels
in het algemeen met elkaar en die van mensen in het bijzonder.
Opnieuw een vlinder,
een witje ditmaal, die driemaal voorbij fladdert maar niet
neerstrijkt. Ook deze schijnbaar zo eenvoudig gekleurde
vlinder vertelt mij dat er zoveel goeds in de mensheid te
onderkennen valt, zodat het als je je best doet, moeilijk
wordt te bedenken dat er toch nog zoveel haat bestaat tussen
de mensen onderling. Een haat die voornamelijk gestoeld
is op angst en onwetendheid. Neem nu deze twee vlinders.
De een zo prachtig gekleurd; het ander volledig wit. Toch
belichamen deze twee voor ons zo nietige wezens de liefde
die er heerst tussen hen, een liefde die de mensheid ook
voor elkaar zou kunnen voelen. Want zijn we niet allen één?
Als om mijn gedachten
te staven, komt van links de donkere vlinder weer aanvliegen;
van mijn rechterkant de witte. Enkele hartenkloppen lang
flapperen zij om elkaar heen en schijnen voor even een geheel
te zijn. Licht en donker zijn door de snelle bewegingen
van de schepsels werkelijk versmolten tot een eenheid, zowel
in kleur als in uiterlijk. Ze benadrukken op deze wijze
nog eens dat wij allen werkelijk één zijn,
ondanks onze uiterlijke verschillen, ondanks onze angsten,
onzekerheden en schijnbare tegenstellingen. Wij zijn allen
een, komen vanuit dezelfde bron en zijn op weg naar een
gemeenschappelijk doel; de her-eniging met God/Godin/Bron.
Een leeuwerik jubelt
en is mét mij blij dat het zomer is. De bomen om
mij heen stralen en vertellen mij dat zij gezond zijn en
goed worden verzorgd door de regen die regelmatig valt en
door de zonneschijn. Zon en regen zijn onontbeerlijk voor
ons allen, maar zeker ook voor deze schijnbaar roerloze
wezens.
Zo roerloos zijn deze
wezens ook weer niet want ik zie dat de grote tak waaronder
ik zit, zichzelf onafhankelijk van de andere takken, enkele
meters omlaag beweegt en ik realiseer me dat de boom mij
groet! Hier wordt ik echt stil van en wanneer ik mijn gedachteveld
uitbreidt en de frequentie ervan in overeenstemming breng
met die van de boom, ontdek ik dat deze reus, die al zoveel
langer op deze Aarde existeert als ik, mij iets te vertellen
heeft. Ik ga er eens goed voor zitten, want dit is voor
het eerst dat ik werkelijk met een boom praat.
"G-o-e-d-e-m-o-r-g-e-n".
Schijnt te boom te zeggen met een heel laag timbre. Het
tempo waarin dit we-Zen communiceert is inderdaad enkele
versnellingen lager dan wat ik gewend ben.
"Ik merk, dat jij
wat wilt leren omtrent de eenheid die mensen zouden moeten
opbrengen te opzichte van elkaar?"
"Eh, ja",
antwoord ik. "Ik affirmeer elke dag dat ik open sta
voor nieuwe inzichten, dus dat valt daar waarschijnlijk
ook onder."
"Welnu", is
het antwoord. "Probeer net als ik je wortels diep de
aarde in te laten priemen, want je zult een goede aarding
nodig hebben voor wat ik je ga vertellen".
"Dat is goed, eh,
oké, ik ben zover, steek maar van wal". Een
onmogelijke opgave voor een boom, besef ik als ik mij realiseer
wat ik heb gezegd. Maar het is natuurlijk niet letterlijk
bedoeld.
"Ha, ha,"
buldert de boom. Zijn stam lijkt werkelijk enigszins te
schudden. "Je zou eens moeten weten hoeveel van mijn
soortgenoten ooit van wal zijn gestoken als mast of als
romp of roer van een van de grote windjammers. Maar dit
terzijde. Het gaat hier over eenheid, zoals je hebt begrepen.
Van Nada weet ik dat je op zoek bent naar de ware gedachten
die ten grondslag liggen aan het begrip eenheid. Het zal
niet eenvoudig zijn om je dat duidelijk te maken want het
is een gecompliceerd begrip.
Op het eerste gezicht
lijkt het niet zo moeilijk. Immers, is eenheid niet datgene
wat je wilt nastreven om je leven gelukkig volslagen te
maken. Het samenleven met een partner, geeft een rechtschapen
gevoel van eenheid. Dat is tenminste datgene waar beide
partners naar streven. Maar helaas lukt dat niet altijd
en verwordt het streven meer naar iets wat lijkt op eenheid
met jezelf. Daarbij eigen je jezelf zoveel mogelijk voorrechten,
gunsten en bezittelijkheden toe. Wanneer dat gebeurt zonder
dat je afbreuk doet aan de ander, is daar weinig tegen in
te brengen, maar wanneer dat gebeurt ten koste van iemand,
wordt het een heel ander verhaal. Zoals je zojuist hebt
ontdekt, is werkelijke eenheid iets dat je mét elkaar
leeft. Met je partner, met je familie, met je vrienden en
kennissen, met iedere ziel die zich op deze Aarde en in
dit Universum bevindt. Daar stapelen de moeilijkheden zich
op, want ieder heeft zijn eigen lichaam, ieder heeft zijn
eigen huidskleur, culturele verworvenheden, behoeften, hang
naar macht, hebzucht, of wat dan ook dat de eenheid in de
weg staat. Bovendien komt ook nog oordeel om de hoek kijken.
Oordelen we niet allemaal over ieder ander. Altijd en overal?
Ja, ik hoor je al denken, dat overkomt mij niet, maar kijk
eens in je hart. Je probeert het misschien wel - zo nu en
dan - maar lééf je het ook. Die onbevooroordeeldheid?
Kun je dat werkelijk zeggen? Ik geloof er niks van en jijzelf
gelooft het toch ook niet, toch?"
Dat moet ik beamen.
De theorie is altijd gemakkelijker dan de daad. Ik moet
bekennen dat ik mezelf er regelmatig op betrap in de fout
te gaan. "Maar", zeg ik, "In de boeken van
Neale Walsh, over de gesprekken met God, wordt er aldoor
maar weer op gehamerd dat je het niet fout kùnt doen.
Dat er altijd weer een reden te bedenken valt waaròm
je handelt zoals je handelt en dat daaruit dan weer lessen
te trekken zijn."
"Natuurlijk",
antwoordt de boom. "Dat is zo, maar je moet jezelf
niet voor de gek proberen te houden. Inderdaad, je moet
altijd blijven streven om te proberen je eigen vibratie
op te tillen. Dat neemt niet weg dat je eerlijk ten opzichte
van je zelf moet blijven en moet proberen om erachter te
komen wat voor jou, in communio met ieder ander, het beste
is. Altijd weer. Dan is het tijd om te beseffen dat jij
en allen waarmee jij het niet zo goed kunt hebben, net als
jij de goddelijke vonk in zich dragen en dat jullie allemaal
proberen, ieder op zijn eigen wijze - zich te her-inneren
waar men is en hoe de weg terug te vinden. Wanneer jij dan
nijdig op iemand staat te wezen zit je die ander niet in
de weg maar jezelf. Is dat duidelijk?"
"Tja, als je het
zo wilt stellen. Maar dan lijkt het erop dat het ieder voor
zich is en God voor ons allen, maar dat we geen moed kunnen
putten uit de goedertierenheid van anderen die ons proberen
te leren hoe het is om een te worden. Dat we op onszelf
staan en dan toch geen eenheid zijn, hoe zeer we ook proberen
om tot die eenheid te komen. Ik moet zeggen dat het allemaal
nogal verwarrend is".
"Kom, kom, moed
verloren al verloren. Denk eens aan die collega bomen van
mij die als mast op de grote wereldzeeën hun werk hebben
gedaan ter voortstuwing van de schepen waarop zij waren
verankerd. Al die masten die, in samenwerking met de aan
hun bevestigde zeilen, zo trouw de wind hebben gevangen
en er zo, voor anderen, toe bijdroegen de wereldzeeën
te kunnen bezeilen. Zij deden dat vanuit een gevoel van
ware eenheid. Zij vroegen zichzelf niet af, is de kapitein
wel een geschikte kerel, of de bootsman? Nee, ze deden het
gewoon."
'Als er drie masten
waren op een schip, werkten die masten samen als eenheid
voor het gezamenlijke doel. Het waren afzonderlijke masten,
getuigd met zeil en stag, die individueel hun werk deden.
Maar er waren wel degelijk drie masten nodig om dat ene
schip op de juiste wijze voort te stuwen. En in EEN-heid
volbrachten ze hun taak. Zo is het ook met mensen. Er kan
wel eens een schoot afbreken, of een zeil in de storm teloor
gaan. De mast kan zelfs afbreken, maar te allen tijden is
het de eenheid die het schip voorstuwt. Wanneer de ene mast
is afgebroken, werken de andere masten samen om het karwei
te klaren, om in EEN-heid met de kapotte mast te trachten
het doel te bereiken."
'Wanneer je die gedachte
nu projecteert op het mensdom, zie je dat je inderdaad niets
fout kùnt doen. Want er bestaat niet zoiets als fout
en goed. Er bestaat alleen maar ZIJN. Vanuit dat zijn kun
je leren om de eenheid te bereiken om samen met alle andere
een-heden te trachten het karwei te klaren en om je samen
te her-inneren terug te keren naar die plaats van waaruit
dit allemaal begonnen is. Zoek in vrede, zoek in eenheid,
zoek in aandacht voor en met elkaar naar die her-innering
en in een-heid zul je leren op jezelf te vertrouwen. Zo
zul je in de gelegenheid zijn om die Liefde gestalte te
geven die leidt naar eenheid, naar Bron."
De boom is kennelijk
uitgepraat, want ik hoor niets meer. Wel zie ik dat de grote
tak zich opnieuw enkele meters omlaag beweegt. Als om afscheid
te nemen. Langzaam word ik me weer bewust van mijn omgeving.
In de verte hoor ik de geluiden van de autoweg. Een trein
glijdt voorbij en ik weet dat al die auto's en die trein
met hun inzittenden, al die mensen, op weg zijn naar hun
eigen doel. Zij zijn, net als ik op reis, allemaal op hun
eigen waardevolle wijze…