Nada
Kronieken
>>>
Printerversie
<<< Terug
naar index
De kloof van
Onesiphora
Door 'Running Fox'
Silxtra is de zevende
van veertien planeten behorende tot het sterrenstelsel Vega,
de helderste ster van het sterrenbeeld Lier. De wetenschap
duidt deze ster aan als van het type A1-Wit en bevindt zich
op een afstand van 26,4 lichtjaren van onze eigen ster Sol.
Rolverdeling in volgorde
van opkomst.
Luciana de Lichtende;
hogepriesteres.
Ignatia, genaamd de Vurige; wetenschapster.
Veleda; zieneres.
Gailan; voorzitter van de Raad der Wijzen.
Docilius de zachtmoedige; echtgenoot van Ignatia.
Dylys; zoon van Ignatia en Docilius.
Hanani de lieftallige; priesteres.
Angelika de engelachtige; dochter van Ignatia en Docilius.
Phila; bewoonster van de Heuvelen der Verborgen Krachten.
Glauca de blauwglanzende; oudste dochter van Phila.
Martellus de strijdbare; volwassen zoon van Phila.
Ibo de zorgvuldige; ambtenaar van Gailan en echtgenoot van
Phila.
Phytius de verstandige; hoofdingenieur van Ignatia.
De veelvormige zwevende
klankschalen brachten hun delicate klanken voort in de energetische
winden van het noordelijke contitent op de planeet Silxtra.
Maar Luciana de Lichtende, hogepriesteres van de Tempel
der Smaragden Winden, hoorde ze niet. Ze ijsbeerde onrustig
door haar privé vertrekken. Het was haar angstig
te moede. Wat zou er gaan gebeuren als de plannen van de
vurige Ignatia en de groep geleerden die zij om zich heen
had verzameld, werkelijkheid zouden gaan worden. Het geknoei
van die zogenaamde vernieuwers die zo nodig de primaire
energiestromen wilden kooien, zoals zij dat noemden, en
aan te wenden voor hun eigen genoegens, deed haar huiveren
bij de gedachte wat er allemaal mis zou kunnen gaan. Om
haar angstige vermoedens te staven had zij die dag haar
vriendin de zieneres Veleda geraadpleegd en aan het orakel
gevraagd hoe de toekomst van Silxtra eruit zou gaan zien
indien de plannen van de groep die zich de "Modernisten"
noemden, zouden doorgaan en zouden worden goedgekeurd door
de Raad der Wijzen onder leiding van voorzitter Gailan.
Luciana verdacht Gailan er overigens van op een subtiele
manier ook tot die "modernen" te behoren, wellicht
onder een dekmantel of via de onder zijn invloed staande
Dylys, de kortgeleden volwassen geworden zoon van Ignatia.
Ze zou morgen maar eens
met Docilius, de echtgenoot van Ignatia, moeten spreken,
hoewel het niet de gewoonte was dat zij, als hogepriesteres,
dergelijke initiatieven nam. Normaliter waren het in bijna
alle gevallen de in nood verkerende denkgeesten die bij
haar kwamen om raad. Docilius, wist Luciana, was een zachtmoedig
man, die zich niet snel van de wijs liet brengen en bovendien
nogal plooibaar was. Hij was wellicht in staat om Ignatia
op andere gedachten te brengen. Bij nader inzien was dat
niet zo erg waarschijnlijk, maar alles moest geprobeerd
worden om de modernen te stoppen. Zenuwachtig gierde ze
uit. "Het zou om te lachen zijn als het allemaal niet
zo ernstig was". Want wat het orakel gezegd had, zo
herinnerde Luciana zich, voorspelde niet veel goeds.
"Zie de vijver
van Eenheid. Het oppervlak is onberoerd en de heldere wolkenloze
luchten spiegelen zich en ze weten dat het goed is. Maar
daar arriveert bij de oever een jonge vrouw die platte stenen
over het wateroppervlak begint te keilen. Wolken trekken
zich samen en in de verte kun je de donder horen die zich
tussen de heuvels aandient. Elke aanraking van de stenen
met het water vormt een steeds uitdijende kring en uiteindelijk
komen alle kringen tezamen en veroorzaken een grote beroering
in de vijver".
Luciana kon een huivering
niet onderdrukken toen ze de woorden van het orakel herbeleefde.
"Grote beroering in de vijver! Dat kon alleen maar
betekenen dat het er voor de planeet niet goed uitzag".
Ze zuchtte een diepe zucht en voelde de vibraties van de
vele schitterende kleuren, die op dat moment door de tempel
trokken, als een elektrische stroom door haar energielichaam
stromen. Maar het orakel had nog meer gezegd, maar dat vermocht
niet meer tot Luciana door te dringen. En dat terwijl zij
alom werd geprezen door haar vermogen om naar anderen te
luisteren en in te voelen waar zich de problemen bevonden
en troost te geven waar dat nodig was.
"Maar uiteindelijk
zal de beroering afsterven en de eendracht in de Vijver
der Eenheid zal weerkeren…".
Maar deze laatste woorden van Veleda hadden bij haar geen
snaar kunnen raken en werden aldus opgelost in de winden
der vergetelheid.
Het gesprek met Docilius
die Luciana via Hanani, haar vertrouwelinge, had ontboden,
verliep aanvankelijk in een ontspannen sfeer. Ook hij maakte
zich zorgen over de richting die zijn gemalin had genomen
en over de rol van Dylys daarin, die zich helemaal liet
inpakken en niet bij machte was om weerstand te bieden aan
de verlokkingen van datgene wat hem in het vooruitzicht
was gesteld. De modernen, zo maakte hij aan Luciana duidelijk,
waren er blijkbaar van overtuigd dat de gekooide energieën
een vooruitgang zouden betekenen en veel genietingen zouden
kunnen geven aan de individuen die het "geluk"
zouden smaken om daarmee in aanraking te komen. Dat was
ook de reden dat hij en zijn dochter Angelika zich vaak
eenzaam voelden in hun woonstede, wanneer Ignatia en Dylys
zich elders bevonden om hun - wat hij noemde - alchemistische
praktijken ten uitvoer te brengen.
"Het is allemaal erg moeilijk" verzuchtte Docilius,
"en in verband daarmee moet ik je nog iets anders vertellen"
Luciana keek op: "Wat mag dat dan wel zijn Docilius?"
"Je kent Phila, degene die resideert op de hellingen
van de Heuvelen der Verborgen Krachten?"
"Inderdaad, ga door".
"Ik heb je uitgelegd dat ik door de activiteiten van
Ignatia nogal eenzaam ben en enkele cycli geleden ben ik
in contact gekomen met Phila, die - zoals je weet een uiterst
vriendelijk karakter heeft - en die heeft zich als het ware
een beetje over mij ontfermd. Ik ben daar, samen met mijn
dochter Angelika enkele malen geweest en in samenhang met
hun kinderen, Glauca en Martellus, vormen wij vieren een
prachtig vibrerende combinatie. Wij houden ons bezig met
trillingspoëzie en ik moet zeggen dat het al tot resultaat
heeft geleid omdat een deel van ons werk is verschenen in
de Galerie der Goedheid, misschien heb je ervan gehoord?".
"Nee Docilius, dergelijke zaken zijn niet onze regel.
Maar vertel eens, welke rol speelt Ibo, Phila's echtgenoot
in dit geheel?"
"Ibo is secretaris van Gailan en houdt zich verre van
poëtische zaken. Die is alleen maar geïnteresseerd
in staatszaken en laat zich zelden zien."
Luciana dacht even na.
"Het ziet er dus naar uit dat er twee facties aan het
ontstaan zijn. De modernen aan de ene kant en de, laat ik
zeggen: "verborgen krachten" aan de andere kant,
is dat juist?"
Docilius knikte.
"Inderdaad, daar komt het ongeveer op neer. We proberen
op een subtiele manier denkgeesten te interesseren voor
de idee dat de energiebundelingen zoals die door de modernen
worden nagestreefd, een catastrofale weg zijn".
"Een héél gevaarlijke weg, Docilius!".
"Wat bedoel je?"
"Als ik zeg een héél gevaarlijke weg,
dan bedoel ik ook een heel gevaarlijke weg, Docilius. Gisteren
heb ik naar aanleiding van dit onderwerp het orakel van
Veleda geraadpleegd en wat zij zei, laat niets aan duidelijkheid
te wensen over. De gezondheid van onze planeet, onze Moeder
Silxtra staat op het spel Docilius! Er moet met alle kracht
naar gestreefd worden om de modernen tot staan te brengen.
Dit kan niet langer zo voortduren".
Docilius schrok en de klankschalen lieten een geluid horen
dat aan een zucht deed denken.
"Je zegt daar nogal wat, Luciana. Ik vind het ook een
heilloze weg, maar wat kan ik meer doen dan wat ik, samen
met Phila en de anderen, al doe?"
"Ignatia is jouw eega, Docilius. Jij bent de enige
die invloed op haar heeft".
"Dat valt heel erg mee, of tegen, hoe je het noemen
wilt. Wij zien elkaar nauwelijks de afgelopen tijd en ik
zei je al dat ik tegenwoordig bij Phila veel beter terechtkan
met mijn emoties dan bij Ignatia".
Luciana keek op en tegelijkertijd ontstond er een zekere
spanning tussen de beide gesprekspartners.
"Je wisselt toch geen energieën met haar uit,
Docilius", zei ze dreigend.
"Dat gaat zelfs jou niets aan Luciana. Ik ben mijn
eigen denkgeest, ik maak mijn eigen keuzes en meer dan waar
de omstandigheden mij gebracht hebben, is en zal er niet
gebeuren".
De hogepriesteres moest
bijna lachen en zuchtte eens. De invloed van de tempel was
tanende. Dat wist ze natuurlijk al lang, maar het werd maar
weer eens bevestigd.
"Natuurlijk Docilius, vergeef me. Door de ernst van
de zaak vergat ik mijzelf".
"Het is al goed, Luciana. Ik zal proberen Ignatia op
andere gedachten te brengen, maar ik betwijfel of dat zal
lukken. Zij is ook onderdeel van een geheel geworden en
het zal haar niet gemakkelijk vallen daarvan afscheid te
nemen. En bovendien is de invloed van Gailan niet te onderschatten.
Hij staat niet alleen achter de plannen; hij moedigt ze
zelfs aan. Volgens mij is hij van zins om ook gedurende
de volgende raadsperiode voorzitter te blijven".
Op dat moment resoneerde
de gong voor het middaggebed door de tempel. Docilius nam
haastig afscheid en Luciana begaf zich naar haar steun en
toeverlaat Hanani om tijdens de gebedsronde samen voorspraak
te vragen voor een goede afloop.
Drie maanden later vinden
we Ignatia, met haar zoon Dylys in hun virtuele laboratorium.
Samen met enkele assistenten zijn ze intensief bezig aan
de voorbereidingen voor de laatste proeven van hun grote
experiment. Nadat er al een aantal mislukkingen bij het
uittesten van de proefmodellen waren geweest, die helaas
wel enige fysieke schade hebben veroorzaakt, waren zij en
vooral Dylys ervan overtuigd dat het deze keer wel zou gaan
lukken en dat de volgende stap zou zijn het uittesten in
het veld. Het echte werk dus. Maar eerst dit. Minutieus
werden alle instrumenten ingesteld en het grote instrumentarium
gekalibreerd. Het zag er op het enorme imitatiescherm naar
uit dat deze keer alle lichtjes groen zouden blijven vertonen.
Met de voor hem zo karakteristieke uitbundige armzwaai zette
Dylys de generator aan die de energie zou moeten leveren
om op zijn beurt de krachten op te wekken die de energie
zou laten ontladen, juist tot aan het kritieke punt, waar
al dit gebundelde vermogen zou worden opgevangen en als
het ware worden verstopt in de grote glanzende bolvormige
sfeer, die zij de Ignus hadden genoemd. Vervolgens zou het
nog maar een kleine stap zijn om al die gebundelde - die
gekooide - energie op ieder gewenst moment af te tappen
en te gebruiken voor elk doeleinde dat daarvoor geschikt
zou blijken te zijn. En daar wisten ze er wel een paar van.
Langzaam zwol het geluid
van de generator aan en aan en aan, totdat zij allemaal
konden horen dat die op toeren was gekomen en ze konden
gaan beginnen. Van elk observatiestation kregen zij achtereenvolgens
de melding "groen" en ook op het grote scherm
kwamen geen onvolkomenheden aan het licht.
"Het is zover Dylys,
laten we het beginnen", zei Ignatia.
"Eindelijk", was het enige wat haar zoon kon uitbrengen.
Phytius, de hoofdingenieur telde af.
"vijf - vier - drie - twee - een - start"
Op dat moment haalde hij de schakelaar over en vanaf dat
moment volgde een imposante kettingreactie. Een héél
klein beetje rechtstreeks via warmtewisselaars opgevangen
energie van Vega, raasde via de grote versterkingsapparaten
door de leidingen, maakte een enorme herrie alsof de donder
duizendvoudig werd versterkt en kwam uiteindelijk in de
Ignus terecht om daar rond en rond en rond te blijven draaien
en te pulseren, schier tot in het oneindige. De bol bleef
lange tijd schudden en schokken op zijn durabasalten sokkel.
Enorme veelkleurige lichtflitsen zetten gedurende meer dan
een uur de laboratoriumruimte in een gloed als was het de
aurora borealis. Maar uiteindelijk kwam het heel geleidelijk
allemaal tot rust. Gekooide energie, klaar om via de daarvoor
gemaakte energiekranen te worden afgetapt.
Al die tijd bleef het
scherm groen, en de meters bleven in hun "veilige"gebied.
Eindelijk was het dan zover om te proberen via de eerste
aftapkraan, die op een grote lamp was gericht, de wat vanaf
dat moment ignus heette, aan te wenden voor het grote werk.
Weer telde Phytius af.
"vijf - vier - drie - twee - een - start"
Beheerst haalde hij de schakelaar over en ineens baadde
het laboratorium in een schel wit licht. Een licht dat de
roze/rode gloed van de atmosfeer volledig deed wegvagen.
Gejuich steeg op en de blijdschap onder de aanwezigen was
meer dan tastbaar.
"Victorie" schreeuwde Dylys met een wijds armgebaar.
"Ik ga het onmiddellijk aan Gailan vertellen, die zal
wel in zijn nopjes zijn".
In de hooggelegen woonstede
van Phila vergaderde Het Gezelschap der Verborgen Krachten
over de ontstane situatie. Docilius was aan het woord.
"… En aldus zijn we tot de conclusie gekomen
dat de modernen inderdaad hun project "Igna" van
het experimentele stadium hebben overgeheveld naar de uitvoerende
fase. Het wordt heel gevaarlijk allemaal, want zoals we
allen weten is de zogenaamde gekooide energie in staat om
uiteindelijk de hele planeet op te blazen. We hebben de
onderzoeksresultaten vergeleken met de tabellen en het is
onbegrijpelijk dat de modernen het gevaar niet zien of niet
willen zien. We hebben gezien dat na de verkiezingen van
de Raad der Wijzen Gailan is herkozen tot voorzitter, zodat
het er op lijkt dat de modernen over een grote aanhang beschikken.
Helaas moet worden gezegd dat onze pogingen om die denkgeesten
van ter zake meer genuanceerde informatie te voorzien, heeft
gefaald en dat we nu moeten beslissen over de te volgen
strategie. We moeten koste wat kost voorkomen dat de ignus
in het open veld wordt geïnstalleerd, en erger nog,
wordt geactiveerd. De tektonische platen van ons continent
zijn ten ene male ontoereikend om de krachten die ontstaan
wanneer onverhoopt de "gekooide" energieën
niet zo onschuldig blijken te zijn als wordt beweerd, te
weerstaan. Suggesties?"
Suggesties waren er
bitter weinig en die er waren bleken niet uitvoerbaar te
zijn of ontoereikend, zodat het er naar uitzag dat de vergadering
onverrichter zake zou moeten worden geschorst. Maar opeens
rende de jonge Martellus de grote hal binnen waar het gezelschap
zich had verzameld.
"De Ignus wordt nu bij het Sectorwoud opgesteld",
hijgde hij. "En ze zijn van plan om hem morgenmiddag
nog aan te zetten ook!".
"Dat is slecht nieuws" schrok Phila. En een kakofonie
van opgewonden geluiden ontstond op hetzelfde moment.
Voorzitter Docilius
maakte daar na enige tijd een einde aan en toen iedereen
tot bedaren was gekomen vervolgde hij: "Het heeft geen
zin om allemaal door elkaar te gaan zitten praten. We moeten
iets doen, want het ziet er naar uit dat we voor een voldongen
feit worden geplaatst. Wie kan ik het woord geven."
Glauca, de volwassen dochter van Phila vroeg en kreeg het
woord.
"Omdat we geen tijd meer lijken te krijgen voor een
goed plan kan ik een suggestie doen om te proberen de gevolgen
van de zich aandienende ramp te overleven."
De energie van de aanwezigen veranderde door deze woorden
van een afwachtende en gelaten houding naar één
waarbij angst de boventoon voerde. Een angst voor het naderende
onheil dat steeds nog veraf en abstract had geleken, maar
dat nu meer en meer dreigende en zeer nabije proporties
begon te krijgen.
"Angelika en ik" vervolgde Glauca, "zijn
gedurende de tijd dat wij opgroeiden en in de leer waren
op de School van de Oneindige Krachten van Vega, vaak wezen
trekken in de Heilige Heuvels van Onesiphora, hier niet
zo ver vandaan. Er is daar een grote granieten kloof die
eindigt in een grote grot van Durabasalt. Als er één
plaats is die veilig zou moeten zijn, is die het wel. Ik
stel voor dat we zoveel mogelijk denkgeesten verzamelen
en die daarheen leiden zodat zij allemaal de kans krijgen
om dit dreigende toebedeelde lot te ontlopen. Er is daar
ruimte genoeg en zoals wij allen weten nemen denkgeesten
fysiek toch al sowieso niet al te veel ruimte in. Wat denken
jullie ervan?"
Koortsachtig verzamelden
de leden van het Gezelschap zoveel mogelijk zielen die met
hen mee wilden gaan naar de Grot van Onesiphora, om zo het
mogelijke gevaar af te wachten, want het was wel duidelijk
dat er geen mogelijkheid meer was om het kwaad af te wenden.
De groep vluchtelingen groeide aanvankelijk langzaam aan,
maar allengs werd het duidelijk dat er een grote menigte
op weg was naar de Heilige Heuvels. Toen Docilius in de
tempel aankwam om ook de priesteressen zover te krijgen
mee te gaan, kreeg hij aanvankelijk alleen Hanani te spreken.
"Luciana voelt zich niet wel", antwoordde de priesteres
op een vraag van Docilius.
"Niemand voelt zich prettig op dit moment", was
het antwoord. "Het is echt heel noodzakelijk dat we
allemaal naar de Kloof gaan, en mogelijk zelfs in de grot
onderduiken. We weten echt niet waar het allemaal toe zal
leiden, maar we moeten voorbereid zijn op het ergste".
Hanani knikte. "Ik zal haar roepen".
Terwijl Docilius wachtte
zag hij dat veelvormige zwevende klankschalen dissonanten
voortbrachten. Dat was iets heel anders dan bij zijn vorige
bezoeken. Maar de situatie was nu dan ook niet vergelijkbaar.
In de verte hoorde hij iemand nerveus lachen. Het was Luciana
die zich heel anders gedroeg dan hij van haar gewend was.
"Ha, ha, ha, zie je nou wel. Ik heb het je allemaal
wel voorspeld. Het zou een grote ramp worden. En zie nu
eens naar de chaos hier beneden in de stad. Iedereen is
in rep en roer, en ik heb je nog wel gevraagd om Ignatia
en de anderen op andere gedachten te brengen, en dan dat
van jou en Phila, het moest er van komen". Ze had duidelijk
de grootste moeite om haar lachen de baas te worden.
"Ik weet het Luciana", antwoordde Docilius met
een zucht. "Het is een ramp, en we hebben helaas het
tij niet kunnen keren. En je weet dat we dat hebben geprobeerd.
Maar misschien valt het allemaal nog wel mee en blijken
onze maatregelen om naar de kloof te gaan achteraf niet
nodig te zijn geweest. Maar jullie moéten meekomen,
want als er gebeurt wat we vrezen, zal er ook van de tempel
weinig overblijven.
Inmiddels was Luciana
tot bedaren gekomen. "Het spijt me Docilius, ik heb
me alweer laten gaan in jouw aanwezigheid. We zullen komen,
maar eerst zullen we bidden en de Bron vragen om deze beker
aan ons voorbij te laten gaan".
In de kloof werd het
voller en voller. Het was maar goed dat denkgeesten ruimtelijk
niet veel plaats innamen, anders zou het al gauw overvol
zijn geworden. Angelika en Glauca hadden zich bij de ingang
van de grot opgesteld en wezen alle zielen die aankwamen
de weg. Het was niet moeilijk te vinden. De enorme zaal,
met zijn prachtige kleuren zijn stenen en halfedelstenen,
stalactieten en stalagmieten, bracht een karmijnrood, bijna
purperen schijnsel voort en de fluistering van de door de
zaal lopende meanderende beek zorgde ervoor dat de meesten
ondanks zichzelf toch nog enigszins rustig werden. In de
verte was nog juist de opening van de grot te zien waardoor
het daglicht van Vega zichtbaar was.
Op een gegeven moment
was het duidelijk dat iedereen die zich in veiligheid had
willen en kunnen stellen binnen was en langzaam werden de
vibraties van de aanwezigen rustiger en kalmer. Luciana
had haar klankschalen meegebracht die inmiddels ook tot
bedaren waren gekomen en hun lieflijke geluid vermengde
zich met die van de beek die zich over de kleine getrapte
watervalletjes een weg naar beneden zocht. Allemaal waren
ze in afwachting van de dingen die komen gingen.
De tijd verstreek en
er was een fantastisch moment, toen Vega zich gedurende
geruime tijd precies in de lengterichting van de kloof bevond
en een prachtige straal zuiver wit licht de achterwand van
de grot in een uitmuntende gloed zette. De magische flikkeringen
van de edelgesteenten verstrooiden een scala van schitteringen
die de gehele grot in een veelkleurige magie omtoverden
en die de aanwezigen met grote bewondering achterliet. Na
ongeveer een kwart uur verdween geleidelijk de betovering
van het moment en ze zagen dat de langzaam optrekkende bewolking
Vega gestadig aan het gezicht onttrok. Het zwerk werd donkerder
en duisterder en nu omvatte een onwaarschijnlijk somber
gedempt licht de aanwezigen in de Grot van Onesiphora. De
vibraties balden zich samen en een ellendig gevoel maakte
zich geleidelijk van allen meester. In de verte hoorde men
de donder en de atmosfeer in de grot werd steeds drukkender.
Opeens beseften ze dat
het geen donder was dat gehoord werd. Ze voelden de grond
trillen en vibreren, maar stapsgewijs werd het weer rustiger
en begon een sprankje hoop zich van de denkgeesten meester
te maken. Zou het dan toch meevallen? Maar dat was te eenvoudig
gedacht. Daar begon het trillen opnieuw en de donder liet
zich ook weer horen. Het zwol aan tot in een schijnbaar
oneindig crescendo. De vibraties verwerden tot die van doodsangst
en op het ultieme moment was er een enorme knal en ze zagen
de ingang van de grot afbrokkelen. De afkalving zette zich
door en grote brokken steen kwamen omlaag en omlaag en omlaag.
Ze moesten in hun bangheid toezien dat de ingang kleiner
en kleiner werd en tenslotte volledig werd gebarricadeerd.
Ze waren in het duister van de grot levend begraven…
Dat was aeonen geleden.
"Maar uiteindelijk
zal de beroering afsterven en de eendracht in de Vijver
der Eenheid zal weerkeren…", had het orakel gezegd.
En vandaag de dag is de planeet Silxtra weer in volle glorie
als een feniks uit de as herrezen en woont daar een trots
volk die zich opnieuw Silxtra noemt en gerekend kan worden
tot een subbeschaving van Altea, de Atlantiërs. De
leden van dit schitterende ras hebben een lichtbruine huid
en kunnen worden omschreven als zoogdieren met een insectachtig
uiterlijk. De planeet is lid van de Confederatie van Menselijken.